Groepscommandant bij het tweede peloton van Bravocompagnie 17 Pantserinfanteriebataljon
Leeftijd: 41 jaar
Geeft leiding aan: “Hoofdzakelijk aan infanteriegroepen. Na de uitzending stapten verschillende groepscommandanten op met in hun kielzog de opvolgend pelotonscommandant. Toen heb ik in feite zonder de vereiste competenties als plaatsvervangend opvolgend peletonscommandant vliegende keep gespeeld. In feite maakt het niet zo veel uit of je aan een groep of aan een peloton leiding geeft. Op basis van m’n levenservaring kon ik me goed staande houden. Het is het materieelbeheer dat de functie lastiger maakt.”
Achtergrond: “Na de dienstplicht bij toen nog 48 Pantserinfanteriebataljon heb ik in de burgermaatschappij diverse omzwervingen in zowel binnen- als buitenland gemaakt. Zo werkte ik onder meer drie jaar lang in een kibboets in Israel. Eenmaal terug in Nederland ben ik na zes jaar bij de Nationale Reserve beroepsmilitair geworden bij 17 Pantserinfanteriebataljon. In 2006-2007 ben ik met de compagnie uitgezonden naar Uruzgan (TFE 2).”
Stijl: “Sociaal. Ik behandel mijn kerels zoals ik zelf ook behandeld wil worden: met respect. Wanneer iemand uit de groep een beter plan heeft dan ik, zal ik niet schromen om dit ten overstaan van mijn mannen toe te geven. Meestal spiegel ik mijn plannen aan die van de kerels en ga ik voor het gemiddelde. Als het echt niet anders kan, gaat de zweep erover.”
Voorbeeld: “Kan niet specifiek één noemen. Je pikt van diverse collega’s wel wat op.”
Leuk: “De grote zelfstandigheid en het buiten werken met de mannen van het peloton. Ik zou ‘langzaam dood gaan’ wanneer ze me anoniem in een stil kantoortje zouden wegstoppen. Samen lief en leed delen, voor uitdagingen passende oplossingen vinden en de mensen van het peloton waar mogelijk helpen: die combinatie maakt deze functie zo geweldig. Wanneer jij goed bent voor hen, zijn zij goed voor jou.”
Valkuil: “Stoppen met vragen stellen en de kat uit de boom gaan kijken. Door te blijven vragen weet je wat er speelt en weet je ook wat nodig is. Op die manier blijf je jezelf ontwikkelen.”
Over tien jaar: “Hoop ik nog steeds goede gewrichten te hebben zodat ik aan de jonge goden-eisen kan blijven voldoen. Het buiten samen actief zijn is het mooiste wat er is. Ik had in de burgermaatschappij een goede baan waar ik veel meer geld had kunnen verdienen maar het militaire vak zit nu eenmaal in mijn bloed. En dat gaat er ook niet meer uit.”
Bron: Rinoceros maart 2008, personeelsblad 13 Gemechaniseerde Brigade



Michel Jansen













