Regiment Genietroepen
Regiment
Het Regiment Genietroepen komt voort uit het Regiment Mineurs en Sappeurs, dat op 15 mei 1748 is opgericht. Door de jaren heen is de naam van het regiment herhaaldelijk gewijzigd (Korps Mineurs en Sappeurs, Bataljon Mineurs en Sappeurs, Korps Genietroepen).
De taak van het regiment bestond oorspronkelijk uit mineren (ondergraven en met springmiddelen vernietigen van de vestingwerken van de tegenstander) en sapperen (aanleggen van loopgraven en veldversterkingen). In de negentiende eeuw kwamen hier andere technische werkzaamheden bij. In 1927 werd het Wapen der Genie uitgebreid met het Korps Pontonniers en Torpedisten. Deze eenheid, die tot dan toe onder de artillerie viel, was belast met het slaan van bruggen en het aanbrengen van versperringen in de grote rivieren. Pas na de Tweede Wereldoorlog gingen de pontonniers integraal deel uitmaken van de genietroepen.
Bataljon
De historie van 41 Pagnbat gaat slechts kort terug, want 41 Pagnbat in zijn huidige vorm is in 2006 opgericht. Hoewel de start van het bataljon op 10 februari 2006 ligt, hanteert het bataljon 24 augustus 2006 als formele oprichtingsdatum omdat de eenheid toen compleet was met de oprichting van 411 Pagncie (licht). Het bataljon zet de tradities voort van het oude 41 Gnbat/Pagnbat uit Seedorf. Daar komt ook het nummer van het bataljon vandaan. 41 Pagnbat uit Seedorf is op 26 april 1994 opgeheven.
Standplaats en Taken
41 Pagnbat maakt deel uit van 13 Gemechaniseerde Brigade. Het bataljon is gelegerd op de generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot.
De formele taak van 41 Pagnbat is mijnenvelden en hindernissen opwerpen en wegen of bruggen onklaar maken. Ook graven de genisten anti-tankgrachten en gevechtsopstellingen en zorgen ze ervoor dat de eigen troepen zich kunnen verplaatsen door het leggen van bruggen, het ruimen van vijandelijke mijnenvelden en het repareren van wegen. Het bouwen van basiskampen behoort eveneens tot de taken. Aan het bijhouden van deze vaardigheden is het bataljon de afgelopen jaren nauwelijks toegekomen, doordat de ‘main focus’ in het kader van de TFU-missie is komen te liggen op IED-search. Pantsergenisten houden zich nu voor 80 tot 90 procent van hun tijd bezig met het naar en - samen met de EOD - vernietigen van bermbommen. Met het einde van de missie in zicht en de focus op andere inzetgebieden zijn de pantergenisten langzaam hun oorspronkelijke taken weer aan het oppakken. Begin 2010 zal 414 CBRN compagnie opgericht worden, waarmee de ICMS (Intensivering Civiel Militaire Samenwerking) capaciteit van het bataljon toeneemt.
WAPENFEITEN
41 Pagnbat heeft de ISAF-missie in Afghanistan ondersteund in 2006 en 2007 door de Gncie TFE-2, Gncie TFE-3 en de kern van PRT-3 te leveren. Eind 2008 heeft 411 Pagncie de missies TFE-7 en TFE-8 ondersteund. Op dit moment is 413 Pagncie de hofleverancier voor de Gncie van TFE-9. 412 Pagncie zal in maart 2010 als Gncie TFE-12 richting Uruzgan vertrekken.
TRADITIES
De marketentster, voorzien van haar houten vaatje met brandewijn, is binnen het Regiment Genietroepen een fenomeen. Zij is gekleed in een marketentsteruniform naar het voorbeeld van een oud kostuum, dat is ondergebracht in het Geniemuseum in Vught. Tot 1900 was zij veelal de echtgenote van de ‘korporaal-wasbaas’. Tegenwoordig heeft 41 Pagnbat een aantal vrijwilligsters, die zich bij toerbeurt inzetten als marketentster. Het bataljon beschikt over een eigen marketentsteruniform.
Een andere traditie bij 41 Pagnbat is de uitreiking van de Gladius. De Gladius is een in hout uitgevoerd zwaard, gezet op een standaard voorzien van de bataljonsspreuk ‘Facta non Verba’ (‘Doen, niet praten’). De Gladius wordt uitgereikt bij buitengewoon functioneren en alleen aan het einde van iemands functie. Tot nu is de Gladius twee keer toegekend.
VAANDELS EN EMBLEMEN
Het bataljonsembleem is een geniehelm met een rupsband en twee zwaarden, op een blauw schild. De rups verwijst naar het pantsergedeelte en de helm naar het geniegedeelte. Het schild en het zwaard maken duidelijk dat iedere genist in de eerste plaats militair is. Verder staan de zwaarden symbool voor de manoeuvre en het schild voor de pantsergenie.
De pantsergenisten van 41 Pagnbat dragen het baretembleem van de pioniers: een gekruiste schop en houweel met op het snijpunt de sappeurshelm. Er zijn ook ‘gewone’ genisten werkzaam bij het bataljon. Die hebben enkel een helm op hun baretembleem. Het huidige vaandel van het Regiment Genietroepen is op 15 mei 1973 door prins Bernhard uitgereikt. In het Geniemuseum bevindt zich nog het oude vaandel uit 1948, dat op zijn beurt het eerste genievaandel uit 1927 verving. Dit is op 14 mei 1940 verbrand om te voorkomen dat het in handen van de Duitse bezetter zou vallen. Het vaandel draagt de opschriften ‘Veldtocht 1815’, ‘Krijgsverrichtingen 1830 en 1831’, ‘Citadel van Antwerpen 1832’, Rotterdam 1940’ en (op een cravatte) ‘Java en Sumatra 1946 – 1949’.
LIEDEREN EN SPREUKEN
De defileermars van het Regiment enietroepen, die tussen 1915 en 1920 door eerste-luitenant Zwart werd gecomponeerd, heet ‘De Kolonel Heemskerck van Beestmarsch’. Het laatste deel, het trio, wordt meestal ‘staande gezeten’ (één voet op de grond, één voet op de stoel) gezongen en wordt ook wel het ‘Mineurslied’ genoemd. Dit wordt door genisten bij speciale gelegenheden gezongen, zoals het uitzwaaien van militairen die op uitzending gaan.
HET MINEURSLIED
Wij zijn de mineurs van het Nederlandse leger, En onze naam is overal bekend… Sodeju! Wij dragen ’n jas met goudgehelmde knopen, De pikhouweel is ons niet onbekend… Sodeju! En iedereen die mag het weten, Wij krijgen vanavond uienrats te eten, En moeder de wasvrouw staat aan de deur, Dat is de roem van elk mineur, Dat is de roem van elk mineur. Sodeju!



Gevechtsonderst. eenheden 
















