‘REGI LIMBURGIAE JUVENTUS’
De weerbare jeugd van Limburg voor de koning
REGIMENT
In 1950 vond binnen het Wapen der Infanterie een grote reorganisatie plaats. De oude genummerde regimenten werden gereorganiseerd tot naamregimenten. Zo werd op 1 juli van dat jaar het Regiment Limburgse Jagers (RLJ) opgericht als voortzetting van 2 Regiment Infanterie (RI). Het RLJ werd tevens belast met het bewaren van de traditie van 6 RI en 11 RI. De naam ‘Limburgse Jagers’, die is gekozen door de eerste regimentscommandant J.L.H.A. Antoni, houdt ook de herinnering levend aan het Limburgse bondscontingent: een Nederlands legeronderdeel dat tot 1867 deel uitmaakte van het leger van de Duitse Bond, waar de provincie Limburg tot dat jaar deel van uitmaakte. Sinds 1950 zijn verschillende parate en mobilisabele eenheden registratief bij het regiment ingedeeld geweest. Afgezien van het Fanfarekorps der Limburgse Jagers, dat in 1995 is opgegaan in het Fanfarekorps Koninklijke Landmacht, zijn 16 Bataljon Limburgse Jagers (inmiddels opgeheven) en 42 Pantserinfanteriebataljon (BLJ) de belangrijkste onderdelen.
BATALJON
42 BLJ is op 1 november 1957 opgericht. De enheid was van 1964 tot 2006 in het Duitse Seedorf gelegerd. Het is, sinds 16 BLJ uit de vredesorganisatie van de KL is verdwenen, de belangrijkste traditiedrager van het regiment. 42 BLJ heeft gedurende de Koude Oorlog een belangrijk aandeel gehad aan de inspanning om e Noord-Duitse laagvlakte bij een grootschalig conflictmet het Warschaupact te verdedigen. In
steeds veranderende omstandigheden hebben de Limburgse Jagers de tradities van een van de oudste regimenten van de KL hoog weten te
houden.
WAPENFEITEN
Regiment: Naarden 1813, Breda 1813, Quatre-Bas 1815, Waterloo 1815, Tiendaagse Veldtocht 1831, Citadel van Antwerpen 1832, Venlo 1940, Roermond 1940, Zutphen 1940, West- en Midden-Java 1946 – 1949, Noord-Sumatra 1947 – 1949
Bataljon: UNPROFOR (A-cie) 1995, IFOR 1996, SFOR-4 1998, SFOR-8, 2000, KFOR-2 (verkpel) 2000, SFOR-11 2001, SFOR-15 (C-cie) 2003, SFIR-3 2004, ISAF TFU-3 2007
STANDPLAATS EN TAKEN
42 BLJ is een gevechtseenheid die deel uitmaakt van 13 Gemechaniseerde Brigade. De infanteristen van 42 BLJ leveren een belangrijk deel van de vuurkracht van de brigade. Ze schakelen doelen uit en zuiveren en bezetten moeilijke terreinen zoals bossen, dorpen en steden. Hiervoor zijn ze uitgerust met een grote verscheidenheid aan wapens zoals mortieren, mitrailleurs, snelvuurkanonnen en antitankwapens. Gepantserde rupsvoertuigen, eigen verbindingsmiddelen en nachtzichtapparatuur maken het de infanterie mogelijk bij dag en nacht op te treden in vele soorten terreinen. Het bataljon is gelegerd op de Generaal-majoor De Ruyter van Steveninck Kazerne in Oirschot.
VAANDELS EN EMBLEMEN
Het embleem is in 1950 is ontworpen door luitenant-kolonel Antoni. Het stelt een jachthoorn voor, gelegen op een opwaarts gericht zwaard. Door de hoorn en het zwaard is een gebladerde eikentak gevlochten. De jachthoorn is het traditionele embleem voor jagerregimenten (of ‘lichte infanterie’). Het zwaard is genomen uit het rijkswapen, waarin het in de klauw van de Nederlandse leeuw een symbool is van kracht
en overwinning. Het eikenloof is ontleend aan het Limburgse olkslied en het is eveneens het teken van de overwinning.
Bij de oprichting van RLJ in 1950 werd bepaald dat het regiment een nieuw vaandel zou ontvangen. Dit vaandel werd op 8 oktober 1951 door koningin Juliana aan het regiment uitgereikt. De vaandels van de regimenten waarvan RLJ de traditie voortzet dan wel bewaart, zijn overgedragen aan de traditiekamer van het regiment. Aan het vaandel zijn de opschriften van verschillende wapenfeiten toegekend.
TRADITIES
Minstens één keer per jaar komen officierensamen in hun huidige regimentsstad Weert voor het ‘Diner de Corps’. Tijdens het diner wordt bij de jongste officier het teken van het kalf omgehangen, nadat hij of zij zich heeft mogen presenteren aan de aanwezigen. Als het regimentslied wordt gespeeld, wordt tijdens het derde instrumentale - gedeelte met de baret (alle LJ-ers) of een witte satijnen zakdoek (burgers) boven het hoofd gezwaaid. Limburgse Jagers mogen als enigen de koningin aanspreken met de titel ‘Hertogin van Limburg’. De bijbehorende toast
die wordt uitgebracht, dient te geschieden met een glas witte wijn. De Ganzen (A-cie), Bulldogs (B-cie), Eagles (C-cie) en Zwarte
Panters (Staf) van 42 BLJ hebben zo hun eigen tradities. Elke nieuwkomer krijgt twee drankjes aangeboden: één glas Pisang Ambon en één glas Campari, in de kleuren van het regiment. Na het nuttigen van de drankjes mag de nieuwkomer met trots de kleuren van het regiment gaan dragen.
LIEDEREN EN GEBRUIKEN
“Limburgse Jagersmars”
Gecomponeerd door J. Jochems, voormalig kapelmeester van het Fanfarekorps der Limburgse Jagers
Wij zijn van het regiment
Het welk is genoemd de Limburgse Jagers
Van ons embleem, symbool van kracht
Zijn wij de fiere drager
Wij marcheren door de straten
Van ons mooie Limburgse land
En zijn trots hierin te mogen dienen
Voor Koningin en Vaderland



Gevechtseenheden 













